Alles van IJsselstein
Bekijk de agenda
< december 2019 >
wk
ma
di
wo
do
vr
za
zo
48
 
 
 
 
 
 
1
49
2
3
4
5
6
7
8
50
9
10
11
12
13
14
15
51
16
17
18
19
20
21
22
52
23
24
25
26
27
28
29
1
30
31
 
 
 
 
 

IJsselstein

IJsselstein

De historie van de Baronie

Romeinse bewoners en Utrechtse vetes
Oudheidkundige vondsten hebben uitgewezen dat al in de Romeinse tijd bewoning heeft plaatsgevonden in het gebied van IJsselstein. Méér over die periode is echter niet bekend. Ook sporen van bewoning in de Karolingische tijd (8ste-9de eeuw) zijn betrekkelijk schaars. De grote bloeiperiode van IJsselstein wordt gevormd door de latere middeleeuwen. Onder het geslacht Van Amstel werd de "baronie" van IJsselstein tot een belangrijke factor in de politieke strijd in de Nederlanden. Die strijd werd niet zelden met de wapens uitgevochten.

Eeuwenlang was er sprake van een vete tussen IJsselstein en Utrecht. Het leidde zelfs tot de verwoesting van IJsselstein door Utrecht in 1418. Hiermee viel IJsselstein als strategische buffer tussen de Utrechtse bisschop en de Hollandse graven weg. Dit was een zeer ongewenste situatie die de Hollandse gravin Jacoba van Beieren er toe dwong bij te dragen aan de wederopbouw van IJsselstein. Bovendien schonk zij de kerken van Benschop en IJsselstein een legaat. Ook in 1466 werd IJsselstein met de grond gelijk gemaakt. In de steeds weer oplaaiende strijd wist de stad zich echter staande te houden. Zo werd de Utrechtse poging in 1510 tot een verrassingsaanval per turfschip op tijd ontmaskerd. In 1511 kwam een eeuwigdurende vrede met Utrecht tot stand.


Van Amstel en Oranje-Nassau (1310-1511)
Onder het bewind van de Van Amstels ontwikkelde IJsselstein zich tot stad. In 1310 schonk de bisschop Guy aan dochter Marie van Henegouwen, gemalin van Arnold van Amstel, de parochierechten die eerst toebehoorden aan de oudere nederzetting Heyteren of Eiteren. Vervolgens werd op grond daarvan de Eiterse kapel vervangen door de toen gestichte St. Nicolaaskerk. In deze periode ontwikkelde zich de geschiedenis van het Mariabeeldje dat gevonden werd aan de slootkant van Heyteren.

Pelgrimsoord

IJsselstein werd een pelgrimsoord en hoofdplaats van de baronie van IJsselstein, waartoe verder Benschop en Noord-Polsbroek behoorden. Deze "baronie" behoorde als heerlijkheid eerst tot het geslacht Van Amstel, toen tot het geslacht Van Egmond en sinds 1551 tot het huis van Oranje Nassau en is blijven bestaan tot 1795. In de republiek van de Verenigde Nederlanden nam zij dus een betrekkelijk zelfstandige plaats in. Nog altijd is de koning(in) tevens titulair heer (vrouwe) van IJsselstein. Na de vrede met Utrecht in 1511 verloor de verdedigingsgordel (gracht, wal en muur) rond de stad zijn militaire betekenis. In feite was de verdedigingsgordel een belemmering voor de uitbreiding van woningen en bedrijven. IJsselstein ontwikkelde zich geleidelijk als centrum van de Lopikerwaard.


Marijke Meu en de aardappels (1702-1795)
Na het overlijden van prins Willem III in 1702 ontstond een erfeniskwestie onder meer over de baronie van IJsselstein. De Staten-Generaal traden tijdelijk op als beheerder van de baronie en wezen de opvolging in 1711 toe aan de kinderen van de toen juist overleden Friese stadhouder Johan Willem Friso. Tijdens de minderjarigheid van prins Willem IV nam zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel (“Marijke-Meu”) de IJsselsteinse zaken waar. Vanaf 1732 kon zij dat als barones doen, want in dat jaar deed Willem IV de baronie aan zijn moeder "cadeau".

Aardappel als volksvoedsel
In tegenstelling tot andere leden van het huis van Oranje Nassau, die het beheer over de heerlijkheid van IJsselstein in de praktijk aan de op het kasteel residerende drost overlieten, verbleef "Marijke-Meu" veel in de baroniestad. Zij maakte de aardappel als volksvoedsel bij de bevolking van de baronie populair. Ook werden op haar initiatief onder meer premies ingesteld voor het bouwen van woningen. Verder bood zij bescherming aan protestantse volgelingen uit Bohemen. De Hernhutterslaan is naar hen vernoemd.


Afbraak, bouw en restauratie (1795-1900)
Na 1795 werd het kasteel van IJsselstein weinig meer gebruikt. In 1888 werd het kasteel gesloopt op de torentrap na, die nog steeds de hoek Touwlaan-Kasteellaan siert. Rond 1850 werd ook de ommuring geslecht. Voor de Benschopper- en de IJsselpoort kwamen de huidige toegangen in de plaats.



St. Nicolaasbasiliek
Tegenover deze afbraak staan echter ook belangrijke bouwactiviteiten. De bouw van de St. Nicolaaskerk vanaf 1885 naar een ontwerp van Alfred Tepe is spectaculair. De rooms-katholieke gemeenschap van IJsselstein, die sinds het doorzetten van de Hervorming in 1577 in een schuilkerk aan de Havenstraat haar erediensten had gehouden, beschikte met deze St. Nicolaaskerk weer over een volwaardig kerkgebouw. De kerk geldt als een van de meest geslaagde voorbeelden van de Neogotiek. Het gebouw werd gerestaureerd en in 1972 bij de ingebruikneming tot Basilica Minore verheven. Sinds die tijd heet deze kerk aan de Nicolaasstraat dan ook St. Nicolaasbasiliek.



Oude St. Nicolaaskerk
De oude St. Nicolaaskerk, sinds 1577 bij de hervormden in gebruik, werd in 1911 door een brand geteisterd. Kerk en toren brandden geheel uit, waarbij onder meer het orgel en de kansel verloren gingen. Bij de restauratie kreeg de toren (in 1535 gebouwd door de Italiaanse architect Pasqualini, renaissance) een geheel nieuwe bekroning (Amsterdamse School).
Ook het praalgraf in de kerk van Gijsbrecht van Amstel, zijn echtgenote Berta van Heukelom, hun zoon Arnold en zijn echtgenote Maria van Henegouwen, en de graftombe van Aleida van Culemborg (echtgenote van Frederik van Egmond, heer van IJsselstein) zijn gerestaureerd en nog steeds te bezichtigen.


Groei in 20e eeuw
Tot 1920 bleef de stad binnen haar grachten. In de daaropvolgende decennia kwamen belangrijke uitbreidingen tot stand. Ten noordwesten van de binnenstad werden enkele complexen goedkopere woningen gebouwd, na de tweede wereldoorlog gevolgd door de wijken Nieuwpoort en Kasteelkwartier. Daarna werden het Oranjekwartier, het Europakwartier en de wijken IJsselveld, Groenvliet en Achterveld gerealiseerd. De bouw van 3.800 woningen en talrijke voorzieningen in IJsselstein-Zuid is voorlopig het sluitstuk van grootscheepse woningbouw. In IJsselstein wonen dan ongeveer 34.500 inwoners.

Bedrijvigheid
De twintigste eeuw gaf ook groei in andere opzichten te zien. De industrie, in de negentiende eeuw ontwikkeld met een sterk accent op de houtsector, breidde zich uit zowel in aantal als naar branche. In de laatste decennia van de twintigste eeuw vestigden zich talrijke bedrijven in de stad vanwege haar gunstige ligging langs snelweg A2. Sinds 1985 bestaat tussen IJsselstein en de kernen van Nieuwegein en Utrecht een sneltramverbinding, die in 2000 uitgebreid is met twee haltes in IJsselstein-Zuid.

Zorg en scholing
In IJsselstein is verder een psychogeriatrisch verpleeghuis en zijn twee gemoderniseerde centra voor senioren. Het scholenaanbod is sterk verruimd, evenals de voorzieningen en accommodaties voor sport en recreatie. De hoge televisietoren [doorlink] biedt IJsselstein een opvallend markeringspunt.




De 21e eeuw: moderne faciliteiten
IJsselstein beschikt sinds 2000 over een nieuw Stadhuis met een veelzijdig Fulcotheater. Hierin zitten een grote theaterzaal, een bioscoop en verschillende zalen waar ontvangsten en congressen worden georganiseerd. De (ondergrondse) parkeergarage Overtoom maakt toegang per auto gemakkelijk. Het Stadhuis/Fulcotheater aan de Overtoom vormt een verbindingsschakel tussen de historische binnenstad en de moderne wijk IJsselstein-Zuid.
De komende jaren staat de modernisering van de binnenstad op het gemeentelijk plan, waarbij de historische waarde van de stad zal blijven behouden. De modernisering wordt vormgeven in samenwerking met belanghebbenden en belangstellende organisaties en personen.

Kijk voor meer informatie op: www.ijsselstein.nl